De Beke-aanpak voorziet in een integrale aanpak voor het
oplossen en beheersbaar maken van overlast veroorzaakt door
jongeren. Dit houdt in dat voorheen de politie, woningcorporaties,
het jongerenwerk en andere partners apart van elkaar hun werk
deden. Nu vindt onder regie van de gemeente afstemming en
samenwerking plaats. De diverse organisaties weten hierdoor beter
waar ze wel en waar ze niet van zijn. De woningcorporaties zijn
bijvoorbeeld ook mede verantwoordelijk voor de leefomgeving. Als
kinderen van huurders voor overlast zorgen, moeten zij hun huurders
hier op aanspreken. Het aanspreken van ouders is een belangrijk
onderdeel van de methode.
BEKE - methode in Nieuw Krispijn
In Nieuw Krispijn werd de Beke-methode uitgevoerd vanwege problemen
bij de kleine voetbalkooi aan de Otto Helenastraat. Om de
overlastproblematiek voor de aangrenzende woningen te verminderen
is een tweede voetbalkooi naast de Hans Petrischool geplaatst. Deze
voetbalkooi is groter en bedoeld voor de wat oudere jeugd. Zij
kunnen hier op een positieve manier hun energie kwijt en elkaar
ontmoeten. De gemeente heeft, mede op advies van Woonbond 0300,
besloten de kleine voetbalkooi in te richten voor kleinere kinderen
die willen voetballen.
Hoe gaat de BEKE-methode in zijn werk?
Wanneer een nieuwe overlastplek gesignaleerd wordt, wordt
gekeken welke overlast wordt ervaren. Wat de omvang van de overlast
is en wiens probleem het is en waar de overlast precies uit
bestaat. Dit wordt onder andere bepaald op basis van: meldingen van
de politie, Dordtse Welzijns Organisatie (DWO), De Twern
Jongerenwerk, woningcorporaties, projectmanager, gesprekken met
bewoners en wijklijnmeldingen. De verschillende organisaties worden
met elkaar in contact gebracht en er vindt afstemming en
samenwerking plaats. Het jongerenwerk organiseert meer gerichte
activiteiten voor de jeugd, DWO en woningcorporaties zetten zich
meer in voor ouderparticipatie en bevorderen tolerantie tussen
bewoners en jeugd. De politie schenkt meer aandacht aan
handhaving.
De BEKE-methode duurt in principe maximaal zes maanden, dan
vindt een evaluatie plaats en wordt besloten om te stoppen of door
te gaan.
Bel voor meer informatie het
wijkcentrum bij u in de buurt.